Verslag van een reïncarnatie reading door een cliënt met een slapeloosheidsprobleem (April 2006)



Gerrit begeleidt Pamela bij het in trance geraken en zorgt voor de structuur tijdens de sessie, zodat Pamela zich daar niet mee bezig hoeft te houden.

Zodra ik mijn verhaal over mijn slaapprobleem aan de orde had gesteld, zeiden beiden dat ze sterk het gevoel kregen dat het met een vorig leven te maken had.
Dat had ik niet verwacht. Ik was meer gekomen met het idee uit te sluiten dat het om een vorig leven ging.
Mijn slaapstoornis bestaat zolang ik herinneringen heb. Meestal slaap ik tussen nul en vier uur. Soms gaat het een paar weken goed, helaas begint het steeds weer. Ik ben geboren in 1941 en er was oorlog binnenshuis en oorlog buitenshuis. Reden genoeg dus om een slaapprobleem te doen ontstaan. Na mijn scheiding verergerde deze situatie. Ik begon met slaappillen. Steeds sterkere en steeds hogere doses. Het leek wel alsof iets in mij aangaf dat de pillen een obstakel  waren inplaats van een hulpmiddel en mijn cellen nog harder vochten om wakker en alert te blijven. Tenslotte werkten de pillen helemaal niet meer en ik schafte ze af.
Het was van belang voor mij om te blijven werken, al had ik een psychisch zwaar beroep gekozen.
Ik probeerde alles uit: sessies van allerlei mogelijk therapieen, healings van velerlei aard, homeopathie, melatonine en tryptofaan, neurofeedback.
Soms leek iets een tijdje verbetering te geven. Nooit was het een blijvend herstel. Een paar jaar terug kreeg ik via een psychiater anti-depressiva. Dat werkte wel, zeker voor een derde. Maar uiteindelijk vond ik de vervlakking van mijn gevoelens een te hoge prijs. Ik zette mijn zoektocht naar een andere oplossing voort.

Pamela begon mijn aura te lezen. Vanaf mijn middenrif allemaal mooie kleuren, harmonisch en met een goede verbinding naar de kosmos.
Vanaf mijn middenrif zag ze een donker stuk dat mij beklemde en mij ook verhinderde goed te aarden.
Vervolgens ging ze mijn levens scannen en zien of er een leven direkt te maken had met mijn slaapstoornis. 

Ze kwam vrij snel uit een op een bepaald leven, w.s. in de 19e eeuw.
Mijn moeder (in dat leven) was paranormaal begaafd, maar of psychisch gestoord, of haar gave werd zo geinterpreteerd. Meteen vanuit het kraambed werd ze in een inrichting gestopt. Zij en ik hadden een hechte band, en het voelde dan ook als een diepe wond.
Mijn vader bleef op afstand en een dienstmeisje voedde mij op.
Ik was eenzaam, verdrietig en teruggetrokken. Ons gezin was welgesteld en ik wilde graag een opleiding doen om anderen te helpen. Mijn vader vond dat niet goed (grappig de parallellen in dit leven: zonder moederliefde, eenzaam, mijn vader op afstand, moest niets hebben van mijn beroepskeuze, wilde ook niets horen van mijn ervaringen in de dertig jaar dat ik werkte, behalve toen ik 60 werd, over Familie-Opstellingen).
Hij liet me dienstmeisje worden bij een rijke familie. Daar sliep ik in de stal, op het stro. In het grote huis woonde een man die een oogje op me had. Hij begon me te belagen en te bedreigen. Al gauw kwam hij ’s nachts naar me toe, mishandelde me, maar zo dat het onder mijn kleren bleef, verkrachtte me, dwong me tot allerlei sadistische spelletjes.
Ik probeerde wakker te blijven en te vluchten voor hij er was, maar ik was meestal te uitgeput. Slapen kon ik pas wanneer hij weg was, en dat was meestal tegen de ochtend.

Dat is ook in dit leven het geval, Wanneer het licht wordt, kom ik pas tot rust en doezel ik makkelijker weg. Overdag kan ik niet slapen, want dan moet ik van alles, vind ik. Ook als dat niet zo is, houd ik een opgejaagd gevoel.
Interessant is dat ik beelden heb gehad van die stal met stro en een mooi, jong meisje. Dat begon toen ik een jaar of dertig was. Ik voelde haar hopeloosheid, moeheid en wist dat ze angstig afwachtte tot haar beul weer kwam. Ze was in zijn macht en kon geen kant op. Die man zag ik nooit. Ik dacht dat die stal een gevangeniscel was en in zekere zin was dat natuurlijk zo.

Toen Pamela er over begon, wist ik meteen dat het over mijn ex-echtgenoot ging. Dat bevestigde zij later toen ik haar een foto gaf. (Ik had Pamela gevraagd of ik ook over vorige levens van mijn ex-man en mijn huidige man vragen kon stellen. Daarvoor wilde zij graag foto’s zien).

Deze situatie ging jaren door. Toen kreeg ik een kans bij een andere familie in dienst te komen, en die greep ik met beide handen aan.
Mijn belager smeekte mij bij hem te blijven. Hij zei dat hij echt van mij hield. Hij ging op zijn knieen. Ik raakte verward en onthutst. Had ik iets niet goed gezien in al die jaren? Had ik anders moeten reageren?

Ik ging weg, maar er bleef verwarring en een knagende twijfel aan me hangen. De man voelde woede en wrok dat ik hem verliet, en zwoer wraak te nemen. Hij hield wel van mij, zij het dan op een verwrongen manier.
Op mijn 40e of 50e ging ik dood. Ik werd onwel, zakte tegen een kastje aan en wist dat dit het einde was. Dat vond ik niet erg, maar ik voelde wel bitterheid en pijn dat mijn leven zo was gelopen. Een deel van mij kon makkelijk overgaan naar de andere kant, het donkere deel van pijn en verbittering bleef achter.

In dit leven werden hij en ik weer naar elkaar toe gezogen. Ik moest leren mij uit zijn macht te ontworstelen en dat zonder verwarring, twijfel of schuldgevoel. Dat eerste heb ik gekund, maar gevoelens van verwarring en vragen zijn gebleven. Waar kwam zijn rancune en wraak vandaan?  Zelfs vriendinnen zeiden na de scheiding tegen mij: wat heb je hem in godsnaam aangedaan, dat hij zo woedend en wraakzuchtig is?
Dat is hij twintig jaar gebleven.
We hielden een korte pauze met een meditatie waarin we licht, veiligheid en warmte zonden naar de vrouw uit het vorige leven.
Ze raadden me aan iedere keer wanneer ik niet in slaap viel of wakker werd, dat meisje troost en veiligheid te schenken en haar te vertellen dat het echt voorbij was. Dit is dus mijn huiswerk en zal de test zijn of ik de kern van het probleem te pakken heb. Dat wist ik innerlijk meteen, maar toch!

Vervolgens keek Pamela in welk leven de verstrikking tussen hem en mij begonnen was.
Ze zag ons eeuwen terug, waar ik zijn moeder was. Ik had het derde oog, was bedachtzaam en bezat veel innerlijke kennis en wijsheid. Mijn zoontje claimde me en verwachtte iets van me, wat ik niet begreep.
Ik wist me niet goed raad met hem. Wel hield ik van hem, en ik speelde met hem en zorgde goed voor hem. Maar hij had grenzen nodig en dat had ik niet door. Ik moest  leren hem op zijn eigen pootjes te zetten en dat deed ik niet. In dat leven stond hij juist op een kruispunt om te staan voor zijn gevoelens en gedrag. Vanaf toen heeft hij gekozen geen  eigen verantwoordelijkheid te willen nemen. Hij voelde zich verongelijkt en wrokkig tegen mij, zijn moeder. Ik had hem niet begrepen. Daar is de verstrikking tussen ons begonnen.

Dat is precies wat ik mijn ex-man het meest verwijt: geen verantwoordelijkheid nemen voor zijn gedrag. En nu blijk ik daar mede oorzaak van te zijn!
Het deed me goed te horen dat hij wel liefde voor me voelde. Dat kon ik eerlijk gezegd niet geloven, hoewel onze dochter me dat wel vertelde.
Er is een moment in ons huwelijk dat weer sterk naar boven kwam.
Mijn echtgenoot had twee eigen kamers, ik (nog) geen. Op een bepaald moment wilde ik alleen slapen. Niet uit woede, maar vanwege een grote innerlijke behoefte aan alleen zijn. Mijn man wilde dat niet.
Ik deed het toch en vervolgens heeft hij met een bijl de deur van de slaapkamer opengehakt. Aan de kant van de slaapkamer zat een grote spiegel. Ik zat rechtop in bed en de glasscherfjes vlogen in en om me heen. Toch was ik heel rustig. Zo niet, dacht ik maar steeds. Over mijn lijk, maar zo niet. Dat moment krijgt nu een diepere lading, want het was symbolisch voor dat vorige leven, en hoe ik me inmiddels tijdens dit leven uit zijn macht ontworstelde. (De volgende dag zei ik de huur op van onze inwonende vrijgezel, en zorgde voor een eigen ruimte).
Deze reading vond plaats op de trouwdag van mijn eerste man en mij.

Ze vertelden mij ook nog over een ander leven, in Atlantis. Daar heb ik sterke beelden over gehad, dat was niet nieuw voor mij. Voor de rode draad is het van belang, maar voor dit verhaal minder. Mijn ex-echtgenoot speelde daar ook geen rol in.

Ik wilde ook nog graag wat horen over Barend, mijn huidige man en mij.
Pamela zei dat ze ontroerd raakte. We hadden een liefdevolle relatie.
Barend was heel blij dat hij mij was tegengekomen en ik had het gevoel dat ik thuisgekomen was en helemaal mezelf kon zijn.
Zag ze ons ook in een ander leven? vroeg ik.
Duizenden jaren terug, in Griekenland. Daar hoorde je een paar jaar in een spirituele orde door te brengen. Ik was een meisje van 17,18 en Barend mijn mentor en leraar, en een stuk ouder. We werden erg tot elkaar aangetrokken, maar Barend voelde zich (over)verantwoordelijk en beschermend tegenover een jonge leerlinge en vond dat hij zijn gevoelens voor zich moest houden.
Toen mijn tijd daar om was, ging ik weg en hebben we elkaar niet meer gezien. Maar beiden vonden we het jammer dat het daarbij gebleven is. 

In dit leven heb ik vier jaar gewacht of Barend avances zou maken. Tenslotte deed ik het maar…

Volgens Pamela zou ik nog meer kunnen genieten en ontvangen in mijn huwelijk met Barend, wanneer die beklemming bij mij verdwenen is. Dat verhindert me echt levensvreugde te voelen.

Dit leven is voor mij een leven van integratie van vorige levens en een afronding.

Op mijn verzoek maakte ze contact met mijn twee gidsen, een mannelijke en een vrouwelijke.
De ‘man’ vertelde me dat ik nog meer van me af moet bijten en grenzen stellen.  En ook: je hebt al zoveel gedaan en zoveel bereikt. Je bent er bijna. Moeten wij je nou dat laatste stuk over de streep trekken??
Daar heb ik wel moed uitgeput. Ik zag het de laatste tijd niet meer zitten.
Ik kreeg ook te horen dat ik meer om healing kon vragen vanuit de andere dimensie, omdat ik al zo makkelijk verbinding met ze maak.

Verder gaven zowel Pamela als Gerrit te kennen dat ze mij over een paar jaar wel weer een geldstroompje op gang zagen brengen, met iets waar ik ook plezier aan beleefde. Dat vind ik ook een heerlijk idee!


Vervolg  oktober 2006

Toen ik naar huis reed, voelde ik me opgelucht en bevrijd. Ik ‘wist’ dat de reading de oorzaak en oplossing geboden had.
Die avond liep ik de trap op naar de slaapkamer en voelde ik onmiddellijk de last van de vertrouwde angstige waakzaamheid.
Dat wordt niet-slapen, dacht ik. En daarna: nee, nu kan ik er hopelijk wat aan doen. In bed praatte ik tegen H., mijn ik uit een vorig leven. Ik stelde haar gerust, vertelde haar dat ik haar zou beschermen en dat het voorbij was. Zowaar, ik viel in slaap, om een uurtje later weer wakker te worden. Daarop herhaalde ik mijn troostende woorden en weer viel ik in slaap. Dit proces herhaalde zich tot de ochtend.
Het leek wel alsof H. al die jaren op een dichte deur geklopt had. Nu de deur eindelijk op een kier stond en er hoop voor haar gloorde, kwam al haar paniek en angst op mij af.
De nachten erna sliep ik diep en lang.
Ongeveer een week later werd ik midden in de nacht wakker. Ik ‘voelde ’H’s energie. Dit keer zag ik haar ook.
Ze stond tegenover haar vader en was nu een stuk jonger, zeventien of zo.
Haar vader deelde haar mee dat ze uit werken zou gaan, waar en hoe.
Ik zag en voelde haar machteloze verslagenheid. Ze kon geen kant op.
Ze had zich altijd gehoorzaam gedragen, deels uit angst dat haar vader haar ook op zou sluiten wanneer ze zich spontaan uitte of uit de band zou springen, deels uit liefde voor haar vader. Daardoor had ze niet geleerd voor zichzelf op te komen.
Ik zag en wist waarom haar vader het besluit genomen had haar weg te sturen. Tot dan toe begreep ik dat niet. Hij hield van haar, zij het afstandelijk. Nu zag ik dat zij hem aan zijn vrouw deed denken. Haar gehoorzaamheid en goede gedrag maakte dat hij zich afvroeg of hij zijn vrouw niet overhaast had laten opsluiten. Die knagende twijfel wilde hij niet meer voelen. Door zijn dochter ‘downstairs’ in dienst te doen, werd ze voor altijd onzichtbaar. Nooit meer zou ze in zijn kringen kunnen verkeren. Ze zou voorgoed uit zicht zijn. Wanneer hij haar bv als gouvernante had aangeboden, zou hij haar nog kunnen tegenkomen, of ze zou kunnen trouwen met iemand van zijn stand.
Bovendien wilde hij zijn geld en bezittingen nalaten aan een religieuze groepering waar hij zich nauw mee verbonden voelde en niet aan zijn dochter. Hij wilde ook meer tijd gaan besteden aan die gemeenschap.
Zijn dochter zat hem in de weg.
Dit alles zag, voelde, wist ik in een oogwenk.
Wat kon ik nu doen? Ik voelde me net zo machteloos als H. En nog banger ook, want ik wist wat haar te wachten stond.
Het enige wat ik er in mij opkwam, was haar te vertellen dat ze niet alleen was, dat ik met haar meeging waar ze ook naar toe zou gaan en haar nooit in de steek zou laten. We waren net twee bange jonge meisjes.
Het idee flitste door me heen haar voor te stellen te vluchten.
In die eeuw zou ze de boot naar Amerika kunnen nemen. Ze zou nooit geld wegnemen van haar vader, maar haar moeder had haar vast wel een juwelenkistje nagelaten. Misschien wilde het dienstmeisje wel mee. Die had haar hele leven voor haar gezorgd en zou het ook wel niet eens zijn met het besluit van de vader. Of anders kon ze haar naar de boot brengen.
Het leek me niet dat haar vader haar zou laten opsporen of achterna komen.
Ver weg in Amerika was vast ook goed genoeg voor hem.

Ik durfde haar dit echter niet te suggereren, zodat we samen een moeilijke nacht doormaakten. Mag je iemands lot willen veranderen?
Dat leek me niet.
De volgende dag mailde ik naar Pamela en Gerrit en legde mijn dilemma uit. Maar zij stelden juist dat je wel degelijk vanuit deze tijdlijn een andere tijdlijn mag beinvloeden, op voorwaarde dat het bij een suggestie blijft en de persoon om wie het gaat degene is die een keuze maakt.

De nacht erop was H. er weer, jong, bang en verslagen. Ik vertelde haar mijn idee. In Amerika kun je misschien gezelschapsdame worden, of gouvernante. Op de boot ontmoet je al mensen. Wanneer je eerste klas reist, dan maak je meteen de juiste contacten. H. verdween en ik viel in slaap.
Ongeveer een week later werd ik wakker en ik voelde weer ‘iemand’.
Het was echter niet de energie van H. Opeens wist ik het. Het was haar belager. Hij zocht haar, kon haar niet vinden en klopte nu bij mij aan.
Zou dat een teken zijn dat ze inderdaad was gevlucht?
Hoe ging ik hier nu weer mee om? Het duurde een tijdje voor ik uit mijn verwarring was. Toen stuurde ik hem kordaat weg en beval hem nooit meer terug te komen. Bij mij was hij aan het verkeerde adres.
Ik trok de conclusie dat H. mijn raad inderdaad had opgevolgd.

Het is nu oktober en ik heb haar niet meer gevoeld of gezien.
Ik slaap nu als een normaal mens en ik kan door geluiden heenslapen.
De angstige waakzaamheid is uit mijn systeem. Ik verwacht ook niet dat die ooit nog terugkomt.
Het is heel wonderlijk voor mij dat een sessie van anderhalf uur een probleem oplost waar ik mijn hele leven onder heb geleden.
Ook mijn ex-echtgenoot is uit mijn systeem.
De nasleep van de sessie – zoals ik die beschreven heb – kwam voor mij als een grote verrassing. En invloed kunnen uitoefenen op een vorig leven houdt me nog sterk bezig. Ik begrijp het soms eventjes en dan vind ik het weer een groot raadsel!

 

 

Lijn in regenboogkleuren




site stats