Materie en Bewustzijn




Het uitgangspunt van het materialisme is het idee dat alles is opgebouwd uit elementaire ‘dode’ deeltjes. Alle hogere fenomenen zoals ‘bewustzijn’ en ‘leven’ zijn causaal te verklaren door een complex samenspel van deze deeltjes. Anders gezegd, deze deeltjes vormen de grond van het bestaan van dit soort ‘hogere’ fenomenen en moeten er dus logisch gezien onafhankelijk van zijn.

Hier ligt echter een probleem.


Materialisme en ‘verborgen variabelen’.


In de wetenschap wordt een deeltje beschreven met behulp van variabelen, zoals massa, snelheid, positie en lading. De waarde van deze variabelen wordt vastgesteld tijdens een meting. Een meting echter oefent invloed uit op de waarde van een variabele. Als u bijvoorbeeld de hele dag gefilmd zou worden om uw gedrag te bepalen, gaat u zich anders gedragen. Iets dergelijks gebeurd ook met elementaire deeltjes.

Anders gezegd de waarde van een variabele is alleen bekend binnen de context van een meting. In het begin van de vorige eeuw kwam men daarom tot de conclusie dat het geen zin heeft om te praten over een variabele buiten de meting om. Een volgende stap was dat sommigen gingen zeggen dat er geen variabelen zijn, los van de meting.

Volgens deze opvatting bestaat materie niet in realistische zin, niet als objectief fenomeen los van de waarneming. In de loop der jaren bleek deze opvatting meer te zijn dan alleen maar theorie. In zogenaamde EPR-experimenten werd de juistheid van deze opvatting bevestigd. (EPR staat voor Einstein, Podolsky en Rosen, de bedenkers van een beroemd gedachte-experiment met betrekking tot verborgen variabelen. Het heeft niets met paranormale proefnemingen te maken. In de loop der jaren bleek dit gedachte-experiment ook praktisch uitvoerbaar. )

Ik beweer nu het volgende.

Iedere materialistische filosofie impliceert het bestaan van datgene wat in de wetenschap ‘verborgen variabelen’ genoemd worden.

Immers de essentie van het materialisme is dat er ‘dingen’ bestaan onafhankelijk van de geest.
Maar wat is een ‘ding’? Eenvoudig gezegd: iets dat tastbaar is; of meer wetenschappelijk iets waaraan een meting verricht kan worden. Maar een meting betekent dat er aan een bepaalde variabele een waarde wordt toegekend, dus is er minstens één verborgen variabele.


Als er niet gekeken wordt - Bewustzijn


De vraag is dan natuurlijk: als er geen ‘ding’ is voorafgaande aan het moment van de waarneming, wat is er dan wel? Er moet wel iets zijn: het is immers in staat een interactie met een meetopstelling aan te gaan. Het is alleen geen ding; er kunnen geen variabelen aan gekoppeld worden. Geen plaats, geen snelheid, geen gewicht, geen temperatuur – maar het bestaat. Tegelijkertijd is het iets dat vrij is, het is immers in staat tot toevalsgedrag. Het gehoorzaamt niet aan deterministische wetten.

Wat kennen wij dat bestaat, volstrekt immaterieel is en dat tot vrij en absoluut onvoorspelbaar gedrag in staat is?

Het enige wat we kennen is onze eigen subjectiviteit. We kunnen onze ervaringen niet wegen, niet meten. We kunnen niet zeggen welke temperatuur de smaak van koffie heeft. Tegelijkertijd zijn we vrij.

Het antwoord is dus bewustzijn.

Het ‘iets’ voorafgaande aan de waarneming is bewustzijn.

Ook naar de andere kant toe stuiten we op bewustzijn. Een experiment eindigt altijd met waarnemingen. En het begrip waarneming is leeg zonder het begrip bewustzijn. Materiële fenomenen zoals gewicht, snelheid en temperatuur ontstaan tijdens de ontmoeting van twee bewustzijnsvormen. Het is het vormaspect van het fenomeen waarvan bewustzijn de inhoud is.

Dus:

Bewustzijn bestaat, het is er. Hieruit volgt dat het subjectieve gegeven is: subjecten – levende wezens – bestaan, en kunnen elkaar waarnemen en met elkaar communiceren. Ze nemen elkaar echter niet als subject - van binnenuit – maar als object waar. Het objectieve, datgene wat wij de materiële werkelijkheid noemen, ontstaat uit het contact van subjecten.

Materie is een communicatie middel.


© Gerrit Gielen 2008
www.gerrit-gielen.nl