Wetten van bewustzijn





Annie Besant

"Bewustzijn is de ene werkelijkheid in de volste betekenis van die veel gebruikte zin; hieruit volgt dat welke realiteit ook en waar ook gevonden geput is uit bewustzijn"

 

Annie Besant (1847-1933)

 



Inleiding

Ik ben een idealist: ik geloof dat bewustzijn uiteindelijk het enige is dat werkelijk bestaat. Zijn is bewustzijn.

Ik zie het heelal als een verzameling van bewustzijnseenheden of toestanden. Deze verzameling bezit een hiërarchische structuur met aan het ene uiteinde een tijdloos en ruimteloos bewustzijn dat alle andere bewustzijnseenheden omvat, en aan het andere uiteinde het aan tijd en ruimte gebonden bewustzijn van een elementair deeltje.
Laat ik dit verduidelijken aan de hand van het voorbeeld van een mens. De organen in het lichaam van een mens hebben ieder hun eigen bewustzijn, toch maken ze deel uit van die mens. Die organen zijn ook weer opgebouwd uit cellen, ook weer met ieder een eigen bewustzijn. Cellen die op hun beurt weer deel uitmaken van het orgaan. Binnen in die cellen zitten weer kleinere deeltjes, organellen, ook weer met ieder een eigen bewustzijn. Zo kunnen we verder gaan tot aan het meest elementaire deeltje toe.

De andere kant opgekeken zien we dat de mens op zijn beurt óók weer deel uitmaakt van een groter organisme, een bewustzijn dat hem omvat: het wezen waarvan de planeet aarde en alles wat daarbij hoort de stoffelijke manifestatie is.

De aarde op zijn beurt is een deel van ons zonnestelsel.

Iedere bewustzijnseenheid is dus ingebed in een groter geheel en maakt deel uit van dat grotere geheel. Dit alles is doordrongen van een aantal wetmatigheden of principes. Op de rest van deze pagina zal ik proberen om iets over deze principes te vertellen.

Analogie

Eén van de belangrijkste principes wordt de wet van de analogie genoemd, wat eenvoudigweg wil zeggen: zo boven, zo beneden; zo beneden, zo boven. Anders gezegd: het hele heelal is op alle niveaus doordrongen van dezelfde mechanismen.

Dit wordt dan veroorzaakt doordat alles ingebed is in een groter geheel en dus vanuit dat grotere geheel met dezelfde krachten of principes "doorstraald' wordt.

Nemen we als voorbeeld een witte bloedcel. Als deze cel op onderzoek uit zou gaan zou hij zich op den duur een beeld kunnen vormen van het lichaam waar hij in leeft. Hij zou het echter ook op een andere manier kunnen onderzoeken, namelijk door naar binnen te kijken. Zijn genetische materiaal bevat namelijk alle informatie over het organisme waar hij deel van uit maakt.

Iets dergelijks geldt ook voor de mens: ook de mens heeft een taak op de wereld, ook de mens kan de wereld onderzoeken door de wereld om hem heen te bestuderen of door in zichzelf te kijken. Dit is dan een voorbeeld van een analogie naar beneden toe.

We kunnen ook een voorbeeld geven van een analogie naar boven toe. We kunnen bijvoorbeeld omhoog kijken, naar de sterren, om iets over ons menszijn te weten te komen en dan komen we bij de astrologie uit.


Evolutie

Een tweede belangrijke wet is de evolutiewet, waaruit onder andere de begrippen tijd en ruimte voortvloeien.

Ieder bewustzijn is onderhevig aan een bepaald spanningsverschil met al het overige; het verlangt er naar om alomvattend te worden - om te ontdekken wat er voorbij zijn grens ligt. Het verlangt naar groei. Dit spanningsverschil is de oorzaak van de verschijnselen tijd en ruimte, deze begrippen geven dan ook de mogelijkheden tot groei en ervaring.


Tijd en ruimte zijn scheppingen van het bewustzijn om te kunnen groeien.

Naarmate een bewustzijn meer omvattend wordt - evolueert -, raakt het losser van tijd en ruimte. Het is hierbij overigens van belang te bedenken dat tussen datgene wat wij tijd noemen en het tijdloze nog vele andere manieren liggen om de tijd te ervaren, en iets dergelijks geldt ook voor ruimte. Vaak is het dan ook zo dat wanneer mensen over het "tijdloze" spreken, ze het over zo'n andere tijdservaring hebben, of liever gezegd een andere dimensie van de tijd.


Ritme

De trilling van atomen, het kloppen van ons hart, de seizoenen, de omwenteling van ons melkwegstelsel. Alles maakt een cyclus door; alles vibreert en trilt in zijn eigen ritme. Die cyclus is geen herhaling: steeds is er een kleine verandering.

We zien daarbij steeds drie fasen:

- een fase van ontstaan en groei

- een fase van maximale uitstraling en ontwikkeling

- een fase van terugtrekking

Toegepast op de mens: de jeugd, de volwassenheid en de ouderdom. Na de laatste fase ontstaat er een nieuwe cyclus die weer nieuwe ervaringen met zich meebrengt.

In wezen gaat het hier om een spiraalvormig groeiproces. We beleven de dingen steeds opnieuw en komen daarbij steeds iets hoger.

De werking van deze wet zien we bijvoorbeeld aan het reïncarnatieproces dat een mens doormaakt.

De diepere oorzaak voor deze wet wordt gevonden in het feit dat alle dingen een uiterlijk aspect hebben en een innerlijk aspect. Dit kan de oerpolariteit genoemd worden (Yin en Yang).


© Gerrit Gielen 2008
www.gerrit-gielen.nl